Smalle bermen maaien we middels maaizuigen en bij bredere bermen wordt maaien en ruimen toegepast. Slootkanten blijven tot september ongemaaid: hier broeden veel watervogels en groeit riet dat nesten beschermt. Voor bermen breder dan vijf meter passen we sinus- en mozaïekbeheer toe. Daarbij maaien we bewust de ruige delen en laten we bloemrijke stukken deels staan. Zo verlengen we het bloeiseizoen en blijft het voedselaanbod voor insecten en vogels jaarrond aanwezig.
De resultaten zijn zichtbaar: bermen verschralen, maaifrequentie neemt af en de soortenrijkdom groeit. Inmiddels zijn er zelfs beschermde soorten als de wespenorchis, blokkenorchis en wilde anjer aangetroffen. Zo wordt de veiligheidsstrook niet alleen een plek voor veilig verkeer, maar ook een waardevolle strook natuur.